1. Maak het klein en vast
Tien minuten is kort genoeg om zonder gemopper te beginnen, en lang genoeg om echt iets te lezen. Kies er een vast moment bij: na het eten, voor het slapengaan of meteen na school.
Een vast moment scheelt elke dag de discussie of het nu wel of niet moet. Het hoort er gewoon bij, net als tandenpoetsen.
2. Laat je kind zelf kiezen wat het leest
Een strip, een tijdschrift over voetbal of een boek over dinosaurussen: alles telt. Een boek dat je kind zelf heeft uitgekozen, leest makkelijker dan een boek dat moet.
Neem je kind mee naar de bibliotheek en laat het zelf de kast doorzoeken. Een boek dat na drie bladzijden tegenvalt, mag terug.
3. Zet een timer
Een timer maakt duidelijk wanneer het klaar is. Je kind weet dat het na tien minuten mag stoppen, en dat maakt beginnen makkelijker.
Soms merkt je kind als de timer afgaat dat het eigenlijk verder wil lezen. Dan is dat mooi meegenomen, maar het hoeft niet.
4. Maak de voortgang zichtbaar
Bij ons thuis moest mijn zoon voor school elke dag 10 minuten lezen. We zetten daar toch al een timer voor, dus ik ging ook bijhouden hoeveel hij al gelezen had.
Dat werkte beter dan ik had verwacht. Hij pakt nu zelf zijn iPad en start de timer. Soms stopt hij eerder, soms leest hij door. Hij wordt blij als hij weer een dag gelezen heeft, en liet zijn voortgang laatst trots aan zijn meester zien.
Je hebt daar geen app voor nodig. Een lijstje op de koelkast of een kalender met een vinkje per dag werkt ook. Het gaat erom dat je kind ziet dat al die korte momenten optellen.
5. Prijs de moeite, niet het niveau
Zeg liever "knap dat je weer tien minuten hebt gelezen" dan "wat lees je goed". Moeite heeft je kind zelf in de hand, het niveau niet altijd.
Zo leert je kind dat oefenen telt, ook op dagen dat lezen nog lastig gaat.
6. Lees af en toe samen
Lees om de beurt een bladzijde, of lees jij voor en leest je kind het laatste stukje. Samen lezen voelt minder als huiswerk en meer als tijd samen.
Het is ook een mooie manier om moeilijke woorden te bespreken zonder dat het een les wordt.
7. Stop op een goed moment
Heeft je kind echt geen zin, stop dan liever na vijf fijne minuten dan na tien minuten ruzie. Morgen is er weer een dag.
Het gaat om de gewoonte, niet om één avond. Een week met vijf korte leesmomenten is meer waard dan één lange avond met tranen.